Skip to content

Wat staat er in de ARAB-wetgeving over blusmiddelen?

Het ARAB verplicht werkgevers in België om werkplaatsen te voorzien van voldoende en geschikte blusmiddelen, afgestemd op de aanwezige brandrisico's. Wie de regels niet naleeft, riskeert niet alleen een boete, maar ook aansprakelijkheid bij een brand.

Offerte aanvragen

Wat staat er in de ARAB-wetgeving over blusmiddelen? — Brandpreventie Techniek Belgie

Veel facilitair managers kennen de EN-normen voor brandblussers of de NBN-normen voor haspels. Wat ze vaker over het hoofd zien, is de juridische basis die daar onder ligt: het ARAB, het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming. Dit is de Belgische basis-arbeidsveiligheidsregelgeving die al decennia de minimumverplichtingen voor veilige werkplekken vastlegt, inclusief brandbeveiliging. Het ARAB is ouder dan de Codex en geldt nog steeds voor onderdelen die niet zijn overgenomen in recentere regelgeving.

  • Regelgeving: Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming (ARAB)
  • Van kracht sinds: 1947, meermaals aangevuld
  • Keuringsfrequentie: Minimaal jaarlijks voor draagbare brandblussers
  • Toezicht: Inspectie Welzijn op het Werk

Wat is het ARAB en waarom is het nog relevant?

Het ARAB, voluit het Algemeen Reglement voor de Arbeidsbescherming, is een koninklijk besluit dat dateert van 1947 en sindsdien meermaals is aangevuld. Het geldt voor alle Belgische werkgevers en legt minimumvereisten vast voor veilige arbeidsomstandigheden. Veel bepalingen zijn inmiddels overgeheveld naar de Codex over het Welzijn op het Werk, maar de brandpreventieartikelen blijven voor veel sectoren nog rechtstreeks van toepassing.

Dat maakt het ARAB tot een regelgeving die je als facilitair manager of vastgoedbeheerder niet kunt negeren. Het is geen sectorale richtlijn voor specifieke industrieën, maar een brede verplichting die geldt van een kleine ambachtelijke werkplaats tot een grootschalig productiegebouw.

Wat schrijft het ARAB precies voor over blusmiddelen?

Het ARAB verplicht werkgevers om werkplaatsen te voorzien van blusmiddelen die geschikt zijn voor de aard en omvang van het brandrisico. De wetgeving schrijft geen vast aantal blussers per vierkante meter voor, maar hanteert het principe van risicoadequaatheid: de middelen moeten volstaan om een beginnende brand te kunnen bestrijden.

In de praktijk betekent dit dat je als werkgever moet beoordelen welke brandklassen relevant zijn voor je activiteiten, en op basis daarvan de juiste blusmiddelen moet installeren. Een kantooromgeving met papierbrand vraagt om andere middelen dan een werkplaats met elektrische installaties of ontvlambare vloeistoffen. De onderstaande tabel geeft een overzicht van de brandklassen die in de Belgische normering worden onderscheiden.

BrandklasseType brandVoorbeelden
AVaste stoffenHout, papier, textiel
BVloeistoffenBenzine, verf, alcohol
CGassenPropaan, aardgas
DMetalenMagnesium, natrium
FBakoliën en -vettenFrituurvet, plantaardige oliën

Naast de keuze van het type blusser bepaalt het ARAB ook de toegankelijkheid: blusmiddelen moeten zichtbaar, bereikbaar en vrij van obstakels zijn. Een brandblusser achter gestapeld materiaal of in een afgesloten ruimte voldoet wettelijk niet, ook al is het toestel zelf in orde.

Geldt het ARAB ook voor brandslanghaspels en andere middelen?

Ja. Het ARAB maakt geen onderscheid tussen draagbare brandblussers en vaste installaties zoals brandslanghaspels. Voor haspels gelden dezelfde principes: ze moeten aanwezig zijn waar het risico dat vraagt, goed onderhouden zijn en door de aanwezige personen gebruikt kunnen worden.

In gebouwen met een permanente bezetting, meerdere verdiepingen of hogere brandbelasting wordt een brandslanghaspel vaak als aanvulling op draagbare blussers vereist. De bouwregelgeving en de Codex sturen hier mee, maar de basisverplichting om adequate blusmiddelen te voorzien komt voort uit het ARAB. Het is dus geen keuze tussen de ene of de andere regelgeving, maar een samenspel.

Hoe zit het met periodieke keuring en onderhoud?

Het ARAB verplicht werkgevers niet alleen tot het aanschaffen van blusmiddelen, maar ook tot het onderhouden en controleren ervan. Een brandblusser die vijf jaar geleden is aangekocht maar sindsdien nooit is nagekeken, voldoet niet aan de wet, ongeacht de staat van het toestel.

In de praktijk wordt jaarlijkse keuring als minimum gehanteerd voor draagbare brandblussers. Voor sommige toestellen, zoals CO2-blussers onder druk, gelden aanvullende vereisten voor periodieke herkeuring van de cilinder. Een gespecialiseerd bedrijf als Brandpreventie Techniek België voert deze keuringen uit volgens de geldende EN-normen en levert bij elke controle de bijbehorende rapportage en certificaten. Zo kun je bij een inspectie of incident aantonen dat je als werkgever je verplichtingen bent nagekomen.

Bewaar keuringsrapporten altijd. Bij een arbeidsongeval of brand waarbij gebrekkig onderhoud een rol speelde, draai je als werkgever op voor de gevolgen als je geen bewijs van controle kunt overleggen.

Wanneer voldoe je niet aan het ARAB en wat zijn de gevolgen?

Niet voldoen aan het ARAB is geen administratieve futiliteit. De Belgische Inspectie Welzijn op het Werk kan bij controles vaststellingen doen en processen-verbaal opmaken. Bij een brand waarbij aantoonbare tekortkomingen in de blusmiddelenuitrusting een rol speelden, kan de werkgever burgerrechtelijk en soms strafrechtelijk aansprakelijk worden gesteld.

De meest voorkomende overtredingen zijn: geen of onvoldoende blusmiddelen aanwezig, verkeerd type blusser voor het aanwezige brandrisico, blusmiddelen die niet zijn gekeurd of onderhouden, en blusmiddelen die niet bereikbaar of zichtbaar zijn. Elk van deze situaties is vermijdbaar met een jaarlijkse rondgang door een gekwalificeerde technicus.

Het is ook goed om te weten dat het ARAB een minimumnorm is. Sectorale regelgeving, verzekeringsvoorwaarden of de specifieke eisen van je bouwvergunning kunnen strenger zijn. Wie uitsluitend het ARAB als leidraad gebruikt, kan alsnog tekort schieten ten opzichte van wat zijn verzekeraar of de brandweer verwacht. Als je wil begrijpen hoe de wettelijke verplichtingen brandbeveiliging in Belgische bedrijven concreet worden ingevuld, is het zinvol om ook de Codex-bepalingen naast het ARAB te leggen.

Veelgestelde vragen

Is het ARAB vervangen door de Codex over het Welzijn op het Werk?

Niet volledig. De Codex heeft veel ARAB-bepalingen overgenomen, maar de brandpreventieartikelen van het ARAB gelden nog steeds voor onderdelen die niet expliciet zijn overgezet. In de praktijk werken beide naast elkaar.

Hoe vaak moet een brandblusser wettelijk gekeurd worden in België?

Het ARAB schrijft periodiek onderhoud voor, en in de praktijk geldt jaarlijkse keuring als minimumstandaard voor draagbare blussers. Voor bepaalde toestellen kunnen aanvullende herkeuringstermijnen gelden op basis van de EN-normen.

Geldt het ARAB ook voor tijdelijke werkplaatsen of bouwwerven?

Ja. Het ARAB geldt voor alle Belgische werkgevers, ongeacht of de werkplek permanent of tijdelijk is. Op bouwplaatsen gelden bovendien aanvullende sectorspecifieke bepalingen voor brandpreventie.

Wie is verantwoordelijk als er geen blusmiddelen aanwezig zijn: de werkgever of de gebouweigenaar?

Het ARAB legt de verantwoordelijkheid bij de werkgever, ook als die de ruimte huurt. De gebouweigenaar kan aanvullende verplichtingen hebben op basis van de bouwregelgeving, maar de operationele brandveiligheidsverplichting rust op de exploitant van de werkplek.

Advies op maat van Brandpreventie Techniek Belgie

Wil je weten wat dit voor jouw situatie betekent? We kijken graag met je mee, vrijblijvend en zonder verplichtingen.

Offerte aanvragen

Kennisbank